LLM's weten dingen — dat is episteme. Maar agents moeten beslissen en handelen met oordeel in concrete situaties. Dat is phronesis. De meeste agent-frameworks behandelen agents als verbeterde chatbots geplakt aan een tool-use-loop. Phronesis behandelt ze als beraadslagende systemen met expliciete contracten: getypeerde invoer, gedeclareerde effecten, begrensd geheugen, benoemde uitvoeringspatronen.
Bestaande frameworks dwingen een keuze af. Aan de ene kant schrijf je willekeurige besturingsstroom als code: maximale expressiviteit, en een multi-agentsysteem dat niemand zes maanden later kan debuggen. Aan de andere kant wordt alles beschreven in YAML of grafenbouwers: in één oogopslag leesbaar, onmogelijk zodra je iets niet-triviaals nodig hebt. Phronesis scheidt declaratieve specificatie van runtime-uitvoering. Agents, tools, geheugen en pipelines zijn getypeerde, onveranderlijke, JSON-serialiseerbare specs. Uitvoeringspatronen komen uit een gesloten, welomschreven catalogus — expressiviteit zonder chaos.
Elke run is observable via OpenTelemetry, elke spec is versioneerbaar, elk contract is een runtime-check, geen commentaar in een prompt. Dat is het verschil tussen een framework dat demo's produceert en een dat systemen produceert die je kunt opereren.